|
Gemeenteraad
Schriftelijke vraag: Achterstallige intresten op de personenbelasting
09.09.2003 • Wellicht heeft u ook via de media vernomen dat Willy De Waele, de VLD-burgemeester van Lennik, half augustus een opvallende oproep heeft gelanceerd aan het adres van de federale minister van Financiën Didier Reynders. Hij riep de minister op om alle gemeenten de intrest uit te betalen voor de achterstallen bij de doorstorting van de gemeentelijke aanvullende personenbelasting. In 1998 was immers via een nota van een topambtenaar van Financiën aan het licht gekomen dat door een foutieve berekening, de federale overheid de meeste gemeenten nog een fors bedrag (men gewaagt van in totaal 500 miljoen euro) aan aanvullende personenbelasting (ABP) verschuldigd was voor de periode tot 1994.
De gemeenten leggen deze belasting op aan de inwoners. Het is echter het federale ministerie van Financiën dat de belasting int en de opbrengst daarna moet doorstorten naar de gemeenten. Deze doorstortingen lieten onbehoorlijk lang op zich wachten. Na heel wat gediscussieer, stapte de Vlaams-Brabantse gemeente Lennik naar de rechtbank. De rechter gaf Lennik gelijk en de gemeenten die recht hadden op deze achterstallen kregen uiteindelijk in maart 2001 hun centen. De gemeente Lennik dwong tevens af dat de federale overheid op deze achterstallige bedragen – alvast wat Lennik betreft - ook nog eens een forse intrest van 7% verschuldigd was. Op 25 april jongstleden bevestigde het Hof van Beroep te Brussel dit vonnis, waardoor de gemeente Lennik binnenkort zo’n 30 000 euro rijker zal zijn.
Intussen heeft de gemeenteraad van Brugge en - op voorstel van het Vlaams Blok - ook Bilzen het college opdracht gegeven om de staat te dagvaarden. Inmiddels lieten eveneens Gent, Antwerpen en een aantal kleinere gemeenten in deze regio verstaan via gerechtelijke weg de intresten in te vorderen.
Precies om te vermijden dat ook andere steden en gemeenten, dure en omslachtige juridische procedures moeten gaan voeren, heeft de burgemeester van Lennik minister Reynders opgeroepen om de intrest ambtshalve aan de gemeenten terug te betalen. Een operatie die – zoals de burgemeester van Lennik fijntjes opmerkte – niet als een meeruitgave ten koste van de federale staat kan worden gezien, omdat de lokale besturen de staat jarenlang een krediet van 0,5 miljard euro gratis ter beschikking hebben gesteld …
Graag had ik dan ook antwoord gekregen op volgende vragen:
• Behoort Denderleeuw tot die steden en gemeenten die een achterstal hadden opgelopen van de doorstorting van de gemeentelijke aanvullende personenbelasting ?
• Indien het antwoord op de vorige vraag bevestigend zou zijn: Hoe groot was dit bedrag ?
• Wanneer werd deze achterstal van betaling aangezuiverd ?
• Hoe groot is het bedrag dat mogelijk als intrest kan gerecupereerd worden ?
• Heeft het college al stappen ondernomen, of gaat het stappen ondernemen om, met de vonnissen in de zaak van Lennik tegen de federale staat in het achterhoofd, de intrest op deze bedragen te recupereren ?
Antwoord Schepencollege
Geachte heer
Wij nemen kennis van uw faxbericht d.d. 9/9/2003 in verband met in rubriek vermelde aangelegenheid.
Wij verwijzen hierbij naar de publicatie "VVSG-week" (nr. 2003/30) van de Vlaamse Vereniging voor Steden en Gemeenten. Hierin wordt aangekondigd dat aan Minister van Financiën Reynders werd gevraagd dat alle gemeenten een schadevergoeding zouden krijgen ter compensatie van de "Rosoux-schuld", ten einde "in ieders belang een stortvloed van rechtszaken te vermijden".
De gemeente Denderleeuw zal eerst de afloop van dit initiatief afwachten vooraleer een definitief standpunt in te nemen.
Kristof Slagmulder Gemeenteraadslid
|